Ons verhaal begint hier


De jonge Oostenrijkse arts Anna Dengel had in de vroege jaren 20 van de vorige eeuw in het toenmalige Noord India gewerkt, waar ze werd geconfronteerd met de onnodige ziektes en dood van ontelbare Moslimvrouwen die door de culturele gebruiken geen toegang hadden tot de spaarzame gezondheidszorg. Zij werden daarvan uitgesloten omdat zij niet mochten worden gezien door de bijna uitsluitend mannelijke dokters.
fotoAnna overwoog om toe te treden tot een medisch gerichte congregatie van zusters, maar het werd haar duidelijk dat de beperkingen van het toenmalige religieuze leven en de strenge regels van de kerk haar missie in de weg zouden staan. Ze besloot zelf iets nieuws te beginnen: een religieuze gemeenschap van medisch geschoolde vrouwen die elkaar de vrijheid boden om professionele gezondheidszorg in haar volle omvang uit te oefenen, vooral in het toenmalige India. Ze zag dit niet alleen in medische context maar ook als een kwestie van gerechtigheid.
Nadat Anna een jaar lang in Amerika aan haar ideaal bekendheid had gegeven, voegden zich een arts en twee verpleegsters bij haar en begonnen ze op 30 september 1925 de Society of Medical Missionaries (gemeenschap van medische missiezusters).
Twee van hen vertrokken een jaar later naar India. Het clubje groeide snel; veel jonge vrouwen voelden zich aangetrokken tot de nieuwe visie op medisch missiewerk. Halverwege de jaren 30 maakten ook 9 Nederlandse vrouwen deel uit van de enthousiaste groep. Twee van hen, Eleonore Lippits en Agaath Ypma, kwamen in 1939 naar Nederland om jonge vrouwen te enthousiasmeren voor The Society en al snel sloten zich 4 jonge dames bij hen aan. Anna Dengel was blij met het vooruitzicht dat na een proeftijd van een jaar ze naar Amerika zouden komen om hun opleiding te vervolgen.
En toen…… brak enkele maanden later de 2de Wereldoorlog uit in Europa en werd er niets meer vanuit Nederland vernomen. Alle contact tussen Nederland en Amerika was onmogelijk.
Het eerste bericht kwam kort na het einde van de oorlog in juni 1945, toen men Anna Dengel per brief liet weten: “Wij zijn nu met 48 zusters en ons huis is te klein. Zeven zusters studeren of werken in de gezondheidszorg waar ze intern kunnen verblijven, dat scheelt weer een paar bedden want we verwachten deze week 5 nieuwe postulanten.”
Toen Anna in 1946 voor het eerst haar Nederlandse groep bezocht, werd ze begroet door ruim 50 enthousiaste zusters. Ze zag hoe arm ze waren en hoorde hoe ze de oorlogstijd hadden beleefd en hoe de bisschop, de buren, familie en vrienden hen door die jaren hadden geholpen en zich hadden verenigd in een MMZ Vriendenkring. Ze zag ook, met verbazing, hoe de zusters door de realiteit van de oorlog, met hun eigen ervaringen en mogelijkheden keuzes hadden moeten maken en daardoor anders waren gaan leven en werken dan de zusters in Amerika. Ze waren zelfs voorzichtig bezig met plannen om zusters uit te zenden naar de missie, niet naar “haar India” maar naar Indonesië!
Anna Dengel moet toen hebben beseft dat haar zusters in hun leefwijze en missie veelvormig zou zijn: internationaal, ingepast in de realiteit van cultuur, geschiedenis, en concrete omstandigheden.                                            

 

Missie in vele landenfoto
In de loop van vele jaren werden Nederlandse en Vlaamse Medische Missiezusters uitgezonden naar Indonesië, Filippijnen, Thailand, Vietnam, Birma, Bangladesh, India, Pakistan, Jordanië, Ethiopië, Soedan, Sierra Leone, Ghana, Nigeria, Kameroen, Jemen, Uganda, Kenia,Tanzania, Zaïre, Malawi, Swaziland, Zuid Afrika, Brazilië, Peru en Venezuela. Op verschillende plekken werden ziekenhuizen opgericht, met als doel eigenlandse mensen op te leiden. Geleidelijk aan ontwikkelden zich plaatselijke gezondheidsprojecten voor preventieve zorg van voornamelijk vrouwen en kinderen. Door onze ervaring in de lokale gemeenschappen verbreedde onze visie zich. Niet alleen gezondheidszorg, maar ook sociaal en geestelijk welzijn van mensen en gemeenschappen werd steeds belangrijker.

 

 

Medische Missiezusters Nederland-België nu
Na vaak vele jaren in het buitenland zijn wij, Medische Missiezusters ook na onze repatriëring in Nederland en België actief geweest in allerlei plaatselijke initiatieven hier, op het gebied van gezondheids- en ouderenzorg, sociale en ecologische projecten, kunst, spiritualiteit en zingeving.
De enkele iets jongere en de meest vitale onder ons doen dat nog steeds, ieder volgens eigen mogelijkheden en interesses. Wij onderhouden ook de contacten met de internationale MMZ gemeenschap, en nemen taken en verantwoordelijkheden op binnen de eigen Unit. De meesten van ons, nu zelf 80- en 90-plussers, leven en wonen in senioren woningen, aanleunwoningen of in woonzorgcentra, en hebben, net als onze leeftijdsgenoten, te kampen met alle ongemakken, beperkingen en gezondheidsproblemen van het ouder zijn. Toch blijven wij ons inspannen om een warme, actieve aanwezigheid tussen mensen te zijn, met zorg voor behoud van ieders waardigheid en zelfrespect. Wij willen waar mogelijk nog beschikbaar zijn voor actieve deelname aan religieuze en sociale bijeenkomsten en voor dragende functies binnen onze woongemeenschappen. Wij delen van fotoharte uit van onze wereldwijde ervaring. Ook voelen velen van ons zich nog steeds verbonden met de mensen en medische missiezusters internationaal, vooral ook op de plekken waar we zelf hebben gewoond en gewerkt. Contacten met de mensen daar en nieuws van de projecten en gebeurtenissen ter plaatse worden nog steeds met belangstelling en betrokkenheid gevolgd.

Geleidelijk aan is de klemtoon in ons leven verschoven van doen naar zijn, van activiteit naar aanwezigheid. We geven daar, ieder op onze eigen manier, vorm aan. Verbonden met de wereldgemeenschap, en met de mensen om ons heen.